
Wet algemene regels herindeling
Artikel 56
1
Voor de toepassing van artikel 10 van de Gemeentewet ten aanzien van het lidmaatschap van de raad ener gemeente waarvoor een verkiezing als bedoeld in artikel 52 wordt gehouden, worden onder ingezetenen verstaan zij die werkelijke woonplaats hebben in het gebied dat met ingang van de datum van herindeling het grondgebied van de betrokken gemeente vormt.
2
Het onderzoek van de geloofsbrieven van de benoemde raadsleden geschiedt vóór een door gedeputeerde staten van de betrokken provincie te bepalen datum door de raad van de in artikel 52 bedoelde bestaande onderscheidenlijk aan te wijzen gemeente.
3
De eerste vergadering van de raad wordt gehouden op de eerste werkdag, volgende op de datum van herindeling. In deze vergadering worden de wethouders benoemd. In het geval, bedoeld in artikel 53, tweede lid, wordt de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad gehouden zo spoedig mogelijk nadat veertien dagen zijn verlopen na de onherroepelijke goedkeuring van de geloofsbrieven van meer dan de helft van de leden van de raad.
4
De gewone zittingsperiode van de leden van de ingevolge artikel 52 gekozen raad en van de door die raad benoemde wethouders eindigt tegelijk met de zittingsperiode van de leden van de raden der overige gemeenten die zitting hebben op de datum van herindeling.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.